Neurodiversiteit bij autisme gaat over de verschillen in brein, geest en bedrading die mensen met autisme ervaren en wat in de praktijk tot miskenning en onbegrip kan leiden.
Wat is neurodiversiteit bij autisme?
Neurodiversiteit is een specifieke combinatie van gevoeligheden, beleving en gedrag die anders is dan bij de neurotypische personen. Uit onderzoek blijkt dat 20 procent van de bevolking neurodivergent is. Er bestaat ook niet zoiets als een standaardbrein, maar wel een onderscheid in een gangbaar brein (neurotypisch) en een minder gangbaar brein (neurodivergent). Neurodivergentie wordt ook wel gedefinieerd als iemand wiens neurologische ontwikkeling en toestand atypisch zijn of afwijken van de dominante neurologische cognitieve gedragsnormen.
Wat valt er onder neurodivergentie?
De term neurodiversiteit stamt uit begin jaren negentig en duidde van origine op autisme. Later werden er andere breinvariaties aan toegevoegd, zoals AD(H)D, dyslexie, dyscalculie, bipolair, tourette. Dit zijn medische labels, met als doel de juiste hulp te bieden. Inmiddels worden ook niet-medische labels als hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en ook introversie onder neurodiversiteit geschaard. De diagnoses autisme nemen toe naarmate de snelheid en hoeveelheid communicatie en prikkels stijgen (informatie-overload). Het zou fijn zijn als neurodiversiteit gezien wordt als een natuurlijke variatie op de neurotypische wereld. Helaas wordt het vaak als problematisch ervaren, omdat de samenleving niet op die variatie is ingericht.
Neurodivergentie versus normaal
Het probleem bij neurodivergentie schuilt vooral in de kwalificaties ‘normaal’ en ‘niet normaal’. Onze maatschappij en de werkvloer is voornamelijk ingericht op wat we beschouwen als normaal. Zo wordt van managers en leidinggevenden vaak verwacht dat iedereen voldoet aan een bepaald functieprofiel. Als een medewerker met autisme dan niet aan de verwachtingen voldoet, moet hij of zij zich toch maar aanpassen aan de heersende normen. Het is belangrijk dat er op de werkvloer meer rekening wordt gehouden met neurodivergente personen, zoals bij autisme, HSP, ADHD of hoogbegaafdheid. Juist omdat ze heel goed kunnen uitblinken op bepaalde gebieden waar ze het sterkst in zijn.
Neurodivergentie en problemen op de werkvloer
Op de werkvloer kan neurodiversiteit bij mensen met autisme ook lastig zijn. Denk aan kantoortuinen, vergaderingen, lange besprekingen, onduidelijke taakverdeling en snelle veranderingen. Veel neurodivergente personen functioneren niet goed in zo’n setting, terwijl die wel aan vrijwel iedereen wordt opgelegd. Een aantal voorbeelden van verwachtingen op de werkvloer:
Het is bekend dat neurodivergente personen met autisme lang niet altijd aan deze verwachtingen kunnen voldoen. Dit leidt in de praktijk dan ook vaak tot diverse werkproblemen op de werkvloer.
Neurodivergenten zijn anders bedraad
Neurodivergente personen hebben door een anders bedraad brein een grote variatie in hun vaardigheden. Daarbij hebben ze een divers ‘spike profiel’ met uitschieters naar boven en naar beneden. In de praktijk heeft iedereen in meer of minder mate een spike profiel, maar bij neurodivergenten zijn alle uitschieters veel groter. Vaak zien we ook dat een uitzonderlijk talent ten koste gaat van andere vaardigheden. Mensen met autisme zijn heel goed in het onderscheiden en herkennen van details, maar zien door de bomen het bos soms niet meer. Neurodivergente personen verschillen echter net zoveel van elkaar dan neurotypische mensen. Opvoeding, sociale omgeving, karakter, opgedane ervaringen: alles heeft invloed op de persoonlijke ontwikkeling en gedrag. Combinaties van divergenties komt ook vrij veel voor: autisme en ADHD, hoogbegaafd en hoogsensitief en andere combinaties.
De neurotypische meetlat
Neurodivergente personen worden vaak langs een neurotypische of gemiddelde meetlat gelegd. Dit zien we terug in functieprofielen, persoonlijkheidstesten en talentprofielen. Ze kunnen hierdoor gediskwalificeerd worden omdat ze niet aan alle eisen kunnen voldoen. De spikes (uitschieters) zitten vaak in de zogeheten executieve functies. Dit zijn de regelfuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het realiseren van doelgericht en aangepast gedrag. Bijvoorbeeld bij organiseren, planning, focus, probleemoplossend vermogen, geheugen, besluitvorming, oordeelvorming, impulscontrole, motivatie, taal, sociaal gedrag, gevoeligheid en tijdsbesef. Dit zijn ook vaak de factoren waarover mensen vertellen als het gaat over waar ze goed in zijn, waar ze tegenaan lopen, wat conflicten oplevert of wat juist maakt dat ze floreren.
Positieve uitschieters naar boven
Als we kijken naar veel overeenkomstige uitschieters naar boven bij neurodivergenten, zien we dit vaak terug in creativiteit, verbanden leggen, hyperfocus, empathie, complexiteit overzien, autonomie, authenticiteit en hoge intrinsieke motivatie. Bij uitschieters naar beneden zien we dit vaak terug op het gebied van informatieverwerking, sociabiliteit, communicatie, emotieregulatie en boosheid, samenwerken, energie en vermoeidheidsklachten. De omgeving speelt een grote rol in het punt waar de talenten en vaardigheden in het specifieke brein het best tot hun recht komen en waarbij de uitdagingen worden beperkt. Onderling zullen er altijd verschillen zijn tussen neurodivergente personen, maar bovenstaande punten geven over het algemeen veel herkenbaarheid in de praktijk.
Neurodivergent talent
Alle mensen verschillen. Of je nu neurotypisch bent of neurodivergent. Iedereen heeft zijn eigen talenten. Mensen met een andere breinbedrading kunnen op bepaalde gebieden heel anders functioneren. Dat kan gaan om creativiteit, complexiteit overzien, snel verbanden kunnen leggen, maar ook zien wij verschillen op het gebied van intrinsieke motivatie, focus, autonomie en empathisch vermogen. Al deze talenten overlappen en versterken elkaar en werken soms ook tegen elkaar in.
De komende tijd zullen we meer aandacht besteden aan neurodivergentie met verschillende variaties zoals deze in de praktijk voorkomen.
Geef een reactie